De London Blitz

De London Blitz

Augustus 1940 kwam woelig ten einde. Na het bombardement op Londen op 25 augustus en het vergeldingsbombardement op Berlijn diezelfde dag, kwam de Battle of Britain in een stroomversnelling terecht. De luchtaanvallen betekenden in beide kampen een verandering van strategie. Zo bombardeerde de Luftwaffe voordien voornamelijk militaire doelwitten als havens, wapenfabrieken of militaire opslagplaatsen maar nam nu ook Britse steden in het vizier. Deze keuze werd door velen gezien als strategische blunder en zelfs het keerpunt in de Battle of Britain. De Britse burgerbevolking was hier de dupe van, maar het betekende wel dat het Verenigd Koninkrijk de nodige adempauze kreeg om zijn militaire infrastructuur terug op te bouwen, terwijl nog steeds vliegtuig na vliegtuig van de fabrieksbanden rolde.

Een Duitse Heinkel He 111 bommenwerper boven Wapping en Isle of Dogs in het oosten van Londen, 7 september 1940

Op 7 september 1940 begon de London Blitz. Zo’n 350 Duitse bommenwerpers, geëscorteerd door meer dan 600 jachtvliegtuigen, voerden vanaf 16.00 uur een twee uur durend bombardement uit op Londen. De Britse hoofdstad brandde. Bij het vallen van de avond arriveerde een tweede golf Duitse vliegtuigen. Dit tweede bombardement duurde bijna de hele nacht. Ook Nederlandse kranten pikten de aanvang van de Blitz op. Zo schreef De Tijd op 7 september 1940 over een “nieuwe, fellere phase [sic]” en dat er talrijke Duitse formaties over Engeland kruisten. In Londen klonken die dag verschillende luchtalarmen, het gedreun van zware ontploffingen en vallende bommen en het felle vuur van het luchtafweer. Soms konden de luchtalarmen urenlang duren, zoals een dag eerder op 6 september. Toen had het alarm zeven en een half uur door de straten geklonken.

Kat en muis

Niet elke afgeworpen bom ontplofte daadwerkelijk. Daarom werd er na een bombardement een gespecialiseerde ploeg uitgestuurd om de niet ontplofte bommen onschadelijk te maken. Gedurende de hele oorlog werden zo’n  ca. 50.000 bommen op deze manier geruimd. Omdat het Duitse leger de ontstekers van de bommen steeds aanpaste, moesten de Britse bommenruimers vaak vanaf nul uitvissen hoe ze de explosieven moesten behandelen of onschadelijk maken. Dit kon ook pas nadat er een ontsteker intact werd teruggevonden.

Voor een simpele ontsteker werd al snel een speciaal stuk gereedschap gemaakt. Dit gereedschap was echter te ongevoelig voor de nieuwere ontstekers, waarbij er eerst een instelling van positie één naar positie twee moest worden gezet voor de bom onschadelijk gemaakt kon worden. Andere ontstekers hadden weer een ingebouwde vertraging van 72 uur, waardoor de bom pas uren nadat hij was neergekomen ook daadwerkelijk ontplofte. Om dit soort bommen onschadelijk te maken, werd een apparaat uitgevonden dat met een magneet de klok in de ontsteker kon uitschakelen. Een nieuwe uitdaging kwam bij bommen die bij neerkomen die af gingen bij de minste vibratie. In combinatie met de ontsteker met ingebouwde vertrager betekende dit dat het magnetische apparaat niet langer kon worden gebruikt omdat deze ook beweging veroorzaakte. Voor elke Duitse ontsteker werd weer een nieuwe methode of een speciaal apparaat uitgevonden. Toch kostte het explosieve kat- en muisspel aan honderden Britse bommenruimers het leven.

Met een ratel luidt een warden het gasalarm tijdens een oefening

Street wardens

Al jaren voor de oorlog probeerde men in het Verenigd Koninkrijk in te schatten hoe ernstig bombardementen op de steden konden worden. Het te verwachten aantal ton aan bommen werd over de jaren steeds naar boven bijgesteld. In 1937 dacht men nog aan 6.000 ton per dag tijdens de beginfase van de oorlog, maar een jaar later was hier al 1.000 ton bij opgeteld. In 1940, toen de oorlog goed en wel begonnen was, voorspelde men eerder 9.500 ton per dag. Dit zou het Verenigd Koninkrijk lam kunnen slaan met één slag, waarbij niet alleen vele burgerdoden zouden vallen, maar ook een enorme schade aan gebouwen en infrastructuur zou worden veroorzaakt. Stanley Baldwin’s uitspraak uit 1932 – “the bomber will always get through” – klonk na het eerste bombardement op Londen niet meer zo onaannemelijk.

Het Londense Aldwych metrostation in 1940

Civiele bescherming werd een prioriteit. De bevolking moesten zo goed mogelijk worden voorbereid op bombardementen, maar bijvoorbeeld ook het gebruik van gifgas. Een fundamentele rol hierin was weggelegd voor de zogenaamde street wardens: de mannen en vrouwen die, vaak naast hun normale baan, de straten introkken om te helpen. Vaak waren ze als eerste ter plaatse bij bombardementen. Een andere belangrijke taak van de wardens was ervoor zorgen dat er ‘s nachts geen speldenprik licht ontsnapte uit de huizen. Zo gaf men tijdens nachtbombardementen niet weg waar er mensen woonden.

Daarnaast werd de bevolking aangeraden om tijdens luchtaanvallen haar toevlucht te zoeken in bunkers. Hiervoor werden er speciale bunkers gebouwd verspreid over Londen die samen plaats hadden voor meer dan 60.000 mensen. Ook de ondergrondse stations en tunnels van de Londense metro werden als bunker gebruikt, al was dit eigenlijk niet de bedoeling van de Britse overheid. De stations hadden vaak geen sanitaire voorzieningen en men vreesde voor een snelle verspreiding van ziektes. Toch stroomden de metroperrons en -tunnels na twee weken van dagelijkse bombardementen vol, waardoor de overheid haar beleid moest bijstellen.

Honderden branden

Bijna zestig dagen lang kreeg Londen elke dag of nacht bommen te verduren. De Amerikaanse oorlogsjournalist Ernie Pyle was ooggetuige van deze eerste bombardementen van de Blitz. Hij schreef over een van de nachtelijke bombardementen:

Een half uur nadat het vuren was begonnen, ging ik samen met enkele vrienden naar een hoog, verduisterd balkon vanwaar we een derde van de hele stadskern van Londen konden zien. Toen we het balkon opstapten, borrelde er een enorme opwinding in ons naar boven – een opwinding die geen angst of horror bevatte. We waren te vol met ontzag. Jullie hebben allemaal al grote branden gezien, maar ik betwijfel het of jullie ooit een hele stadshorizon door brand verlicht hebben gezien – tientallen, misschien wel honderden branden. (…) Al deze dingen vormden samen het meest haatvolle, het meest prachtige landschap dat ik ooit heb gekend.

De London Blitz duurde nog verder tot het voorjaar van 1941. Terwijl ook nog andere Britse steden gebombardeerd werden in deze periode, kwamen er in de hoofdstad alleen al meer dan 80.000 mensen om het leven of raakten zwaar gewond. De meeste van deze slachtoffers vielen in de eerste vier maanden van de Blitz, toen de Luftwaffe bijna zestig opeenvolgende dagen bombardementen uitvoerde.

 

Neem gerust contact met ons op als u geïnteresseerd bent in onze werkzaamheden.

Afbeeldingen: Wikipedia. Tekst: Kimberley Eeftink MA, Bombs Away B.V.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *